Wat zijn isotopen?
Isotopen zijn verschillende atoomsoorten van hetzelfde element die zich door het verschillende aantal neutronen in de atoomkern van elkaar onderscheiden. Natuurlijk voorkomende elementen beschikken over een stabiel isotoop of zelfs meerdere stabiele isotopen. De andere isotopen zijn instabiel, d.w.z. radioactief en vervallen in de loop van de tijd.
Naast de zuivere isotopen zoals bijv. 15N (stikstof) zijn er ook isotopenmengsels waarvan de correcte samenstelling door middel van vergelijking met internationale standaards wordt gecontroleerd. In deze standaards zijn o.a. de onderstaande verhoudingen exact vastgelegd.
| Element | Gemeten verhouding |
Internationale standaard | R intern. standaard |
|---|---|---|---|
| Waterstof | 2H / 1H | Standard Mean Ocean Water (SMOW) | 0,00015575 |
| 2H / 1H | Standard Light Antarctic Precipitation (SLAP) | 0,000089098 | |
| Koolstof | 13C / 12C | Pee Dee Belemnite (PDB) | 0,0112372 |
| Stikstof | 15N / 14N | Lucht | 0,003676 |
| Zuurstof | 18O / 16O | Standard Mean Ocean Water (SMOW) | 0,0020052 |
| 18O / 16O | Standard Light Antarctic Precipitation (SLAP) | 0,0018939 | |
| 18O / 16O | Pee Dee Belemnite (PDB) | 0,0020672 |
Normaal gesproken worden afwijkingen van de desbetreffende standaard in promille weergegeven:
δ13C=-30 δ ‰ v.s. PDB
met andere woorden: »Het 13C/12C-mengsel (in de regel als CO2) heeft een afwijking van -30 delta promille ten opzichte van de standaard PDB«.
De afwijking wordt als volgt berekend:
δ 13C ‰ v. s. PDB =
(RTestgas - RStandaard / RStandaard * (1000 δ ‰).
Dergelijke mengsels worden bijv. ingezet als kalibreergas voor meettoestellen die bij de diagnose van maagzweren worden gebruikt.
